Emma Coolen - CF Benfica

Die keer dat de clubarts van Benfica mijn oor bijna doormidden knipte

Oké, ik snap dat deze titel misschien een beetje klinkt als clickbait, maar geloof me. Dit gekke verhaal had ik niet kunnen verzinnen. We gaan even terug in de tijd.

Op naar Benfica

In mei 2015 mocht ik met het eerste elftal van FC Eindhoven, de club waar ik destijds speelde, mee naar een internationaal toernooi in Portugal. De andere deelnemers waren het organiserende C.F. Benfica (niet te verwarren met grote broer SL Benfica), het Spaanse Zaragoza CFF, en de bekendste naam van het stel, de vrouwenploeg van Atlético Madrid. Het werd in allerlei opzichten een weekend om nooit meer te vergeten. Het spelen van mijn eerste internationale wedstrijd, in onze trainingspakkies op bezoek bij de burgemeester van Lissabon, en die ene keer dat een teamgenootje me had wijsgemaakt dat ze die aantrekkelijke speelster van Madrid bij de wc’s was tegengekomen en tegen haar had gezegd dat ik een oogje op haar had: het zijn stuk voor stuk anekdotes waar ik met een grote grijns op mijn gezicht aan terugdenk. Maar de gebeurtenis die misschien nog wel de meeste indruk heeft gemaakt vond plaats in de rust van de wedstrijd die we speelden tegen Benfica.

FC Eindhoven in Portugal‘You no play!’

Op het moment dat we in Portugal waren had ik al een heel tijd een zogeheten helix-piercing. Je weet wel, zo’n ringetje bovenin je oor. Zeker niet ideaal met voetballen, maar in Nederland was een klein stukje witte tape erover genoeg om scheidsrechters ervan te overtuigen dat het geen gevaarlijke situaties zou opleveren in de wedstrijd. In Portugal liep het allemaal even wat anders. Vlak voor de wedstrijd tegen Benfica hoorde ik van een ploeggenoot dat zij van de scheidsrechter te horen had gekregen dat ze een soortgelijke piercing moest verwijderen, omdat ze anders niet zou mogen spelen.

De scheidsrechter in kwestie was een streng ogend Portugees vrouwtje, niet groter dan 1 meter 60, met een paardenstaart zo strak dat heel haar gezicht glad getrokken leek te worden. Eerst wilde ik het erop gokken, met mijn stukje tape, omdat ik toch op de bank zou starten. Maar na 45 minuten bekroop me de angst dat als ik straks mocht invallen dit vrouwtje dat zou dwarsbomen vanwege een stukje ijzer in mijn oor, en dat was het me niet waard. Schoorvoetend schuifelde ik aan het begin van de rust naar haar toe in de catacomben, en in mijn beste jip-en-janneke-Engels stelde ik haar de vraag waar ik eigenlijk het antwoord al op wist. ‘No.’ zei ze duidelijk, met een belerend vingertje erbij. ‘With that, you no play.’ Ik onderdrukte de plotselinge neiging om in huilen uit te barsten en wist meteen wat ik wilde doen. Dat ding moest eruit.

FC Eindhoven - CF BenficaOp zoek naar een tang

‘Een tang! Heeft er iemand een tang?’ Terwijl de 22 speelsters die net een helft hadden gespeeld de verkoeling opzochten in de kleedkamer, rende ik in paniek door de gangen van het kleine stadionnetje, op zoek naar onze clubarts. ‘Een tang!’ Toen ik hem eindelijk gevonden had, schudde hij nee. Hij had geen tang. En aangezien het ringetje er al meer dan twee jaar inzat en mijn handen gutsten van het zweet, kreeg ik de piercing er met geen mogelijkheid zelf uit.

Precies op dat moment liep er een man voorbij. Hij was eind 50, met een gebruinde en gerimpelde huid van nét iets te veel jaartjes in de Portugese zon zonder te smeren, en hij droeg een wit shirt met een rood kruis op de voorkant. Bingo. ‘Eh, excuse me?’ voorzichtig tikte ik hem aan. ‘I need this,’ ik wees naar mijn oor ‘out!’. Hij leek me meteen te begrijpen. ‘Yes, yes. Sit here!’ Ik ging op het door hem aangewezen bankje zitten wachten, terwijl hij zich een lokaal wat verderop de gang in haastte. Toen hij terugkwam had hij niet alleen een grote tang bij zich, die er niet bepaald steriel uitzag, maar ook drie collega’s, allemaal met een minstens zo grote bierbuik en wit schouderhaar. Oh God. Waar ben ik aan begonnen?

‘There is some blood…’

Inmiddels was de tweede helft alweer begonnen, en ik zat daar maar. Het kleine ringetje bleek vaster te zitten dan verwacht, en terwijl ik met mijn hoofd gedraaid op het bankje zat en me probeerde sterk te houden sjorde de vier Portugese mannen met veel geweld aan mijn oor. Plotseling gebeurde het. Een harde ruk, een soort klikgeluid, en meteen een bonzend gevoel in mijn oor. Ik durfde mijn hoofd amper te draaien. ‘Hmm, yes.’ zei de eerste dokter met zware Zuid-Europese tongval. ‘There is some blood…’

Uiteindelijk viel het allemaal mee. Na tien minuten met ijs op mijn oor stopte het bloeden, en ik heb me daarna nooit meer laten verleiden tot piercings op plekken die het voetballen wel eens lastig konden maken. En de wedstrijd? Die wonnen we, maar invallen zou ik niet meer doen. Ach ja. Een sterk verhaal is ook wat waard, toch? 😉

Bedankt voor het lezen, tot snel! 🙂

Emma - Signature

RSS
Facebook
Facebook
INSTAGRAM