Emma Coolen - Liefdesbrief aan het voetballen

‘Lief, lief voetbal…’: Een open liefdesbrief

Lief, lief voetbal,

Weet je nog dat we elkaar leerde kennen? Dat ik me elke zaterdag ziek wilde melden bij de scouting om bij de wedstrijd van mijn kleine broertje te kunnen kijken, totdat mijn ouders uiteindelijk overstag gingen en ik op voetbal mocht? Wat waren het mooie tijden, hè. In de E11 van SBC. Weet je nog, die vlugge tweeling, waar iedereen zo bang voor was? En die jongen met die aparte voornaam die zo ontzettend goed kon voetballen? We wonnen alles, zolang hij er maar bij was…

Weet je nog, hoe blij ik was toen mijn club begon met een meidenelftal? Een jaar of 12 was ik. Nooit meer alleen douchen in de scheidsrechterskleedkamer, nee, nu hoorden we er allemaal écht bij. En dat we toen kampioen werden, in de tijd dat jumpstyle nog een hype was. Dat ene meisje, het eerste meisje waar ik ooit tot over mijn oren verliefd op werd, zij was er toen ook bij. Ze zei toen nog tegen me dat ze vond dat ik het zo goed kon, dat gekke dansje. Die glimlach van oor tot oor ging de eerste drie weken niet meer van m’n gezicht af.

Weet je ook nog, dat ik in de jaren daarna je een beetje verwaarloosd heb? Ik hoop dat je het ergens kunt begrijpen. Als vijftienjarige mocht ik naar een ‘grotemensenelftal’, en kwam ik in een team van vrouwen die als gespreksonderwerpen voornamelijk zwangerschappen, nieuw laminaat en ziektekostenverzekeringen hadden. Kwam ik aan, met mijn stress over mijn wiskundeproefwerk. Om indruk op ze te maken ging ik zuipen, zuipen alsof mijn leven er vanaf hing, en allerlei andere dingen doen die niet bepaald bevorderlijk zijn voor de prestaties op het veld. En soms werkte het, dan hoorde ik er even bij. Meestal niet.

Weet je nog, dat ik toen die dag in Zweden besloot alles op alles te zetten om profvoetballer te worden? Je lachte me toen vast stiekem uit. Ach, kijk nou, dat domme, naïeve meisje met haar grote dromen. Die komt zichzelf ergens nog wel tegen.

En nu? Nu ben ik je af en toe he-le-maal beu. Dan wil ik mijn voetbalschoen tegen de muur smijten, mijn shirt in drie stukken scheuren en vervolgens in een hoekje gaan zitten huilen. Maar tegelijkertijd heb je me ook de mooiste momenten van mijn leven bezorgd. Ultieme vreugde, fantastische vriendschappen en levenslessen die ik nergens anders zo goed had kunnen leren.

Daarom hoop ik dat je me kunt vergeven, de volgende keer als ik boos, verdrietig en gefrustreerd ben. Als ik gewisseld word na een dramatische wedstrijd, mijn gezicht in mijn trainingsjack verberg en in de dug-out een potje ga zitten janken. Als ik mijn chagrijn afreageer op mijn arme vader, die me vervolgens ook nog naar huis taxiet omdat niet meer kan autorijden vanwege een vermoedelijk gebroken voet. En tenslotte als ik, nog steeds met tranen biggelend over mijn wangen, aan hem verklaar dat ik ermee kap. ‘Het heeft toch allemaal geen zin meer. Flikker maar op. Ze mogen het houden, die klotesport.’

Lief, lief voetbal. Geloof me alsjeblieft, het is niet persoonlijk. Morgenochtend sta ik op, en ziet de wereld er weer heel anders uit. Hou het nog heel even met me vol. Zodat we hopelijk over een paar jaar samen kunnen zeggen: ‘Weet je nog? Toen ik zo twijfelde aan mezelf? Had ik toen maar geweten, dat…’

Bedankt voor het lezen, tot snel! 🙂

Emma - Signature

RSS
Facebook
Facebook
YOUTUBE
INSTAGRAM

Geef een reactie